Products Basket (0) Checkout
Funeral Cantatas
Ton Koopman / Amsterdam Baroque Orchestra & Choir

Funeral Cantatas

1 CD | Jewelcase | Challenge Classics | 0608917228625 | CC 72286 | 27 June 2008

€ 8.95 Add to cart
Information

The two cantatas selected for the present album represent particularly representative and distinguished works of mourning character from very different periods in Bach’s creative life.  The cantata “Aus der Tiefen rufe ich, Herr, zu dir” BWV 131 originates from Mühlhausen and was written in 1707 or 1708 for an unknown occasion, most likely an penitential service and perhaps related to the big fire that had devastated large sections of the town of Mühlhausen shortly before Bach’s arrival there in 1707. An annotation by Bach in the original score indicates that that work was commissioned by the pastor of St. Mary’s Church in Mühlhausen, Dr. Georg Christian Eilmar. He apparently was also responsible for the compilation of the libretto.

The Funeral Ode “Laß, Fürstin, laß noch einen Strahl” BWV 198 on the other hand is a large-scale, two-part cantata composed twenty years later in Leipzig in commemoration of the death of the Electress of Saxony and Queen of Poland. It is based on a morning poem in strophic ode format by Johann Christoph Gottsched, at the time Leipzig’s most celebrated literary figure. The artful poem was commissioned by an aristocratic student, Hans Carl von Kirchbach, in the name of the “German Society” at the University and for the academic act of mourning for the death of the Electress of Saxony and Queen of Poland, Christiane Eberhardine, wife of Augustus the Strong. Kirchbach commissioned the music for the event from another Leipzig celebrity, Johann Sebastian Bach, and not from the music director of the University, Johann Gottlieb Görner. The latter complained, but accepted the fact that this was an unusually prominent occasion. The work of 1727 could not be performed again in this form because the text makes concrete references to the queen. However, in 1731 the composer reused major parts of the Funeral Ode for his St. Mark Passion, now lost.

Die beiden für diese CD ausgewählten Kantaten stellen besonders repräsentative und hervorragende Werke funeralen Charakters aus sehr unterschiedlichen Perioden von Bachs Schaffens dar. Inhalt: 'Laß, Fürstin, laß noch einen Strahl' BWV 198 & 'Aus der Tiefen rufe ich, Herr, zu dir' BWV 131

Schitterende cantates uit twee verschillende periodes van Bachs leven
De twee cantates op dit album zijn bijzonder onderscheidende werken met een rouwkarakter die representatief zijn voor de verschillende periodes in Bachs creatieve leven.

De cantate Aus der Tiefen rufe ich, Herr, zu dir BWV 131 werd in 1707 of 1708 in Mühlhausen gecomponeerd voor een onbekende gelegenheid, waarschijnlijk een boetedienst die mogelijk verband hield met de brand die vlak voor de komst van Bach in 1707 grote delen van de stad verwoestte. De instrumentale bezetting was aan de bescheiden kant. Voor de meeste delen schreef Bach echter gedetailleerde en zeer gevarieerde zesstemmige vocaal-instrumentale texturen in concerto-stijl, met afwisselend polyfone en op akkoorden gebaseerde structuren.

De begrafenisode Laß, Fürstin, laß noch einen Strahl BWV 198 is aan de andere kant een grootschalige, tweedelige cantate die twintig jaar later in Leipzig werd gecomponeerd ter herdenking van het overlijden van de Keurvorstin van Saksen en de Koningin van Polen. Het werk is gebaseerd op een rouwgedicht van Johann Christoph Gottsched, die op dat moment de beroemdste literaire figuur in Leipzig was. Een adellijke student, Hans Carl van Kirchbach, gaf Gottsched namens de universiteit de opdracht om het gedicht te schrijven, en gaf Bach de opdracht om muziek voor de gebeurtenis te componeren. Omdat de tekst duidelijke verwijzingen naar de koningin bevat, kon het werk niet opnieuw in de oorspronkelijke vorm worden uitgevoerd. In 1731 werden belangrijke delen ervan echter opnieuw gebruikt in Bachs verloren gegane Marcuspassie.

Tracklisting