Products Basket (0) Checkout
Solo Cantatas for Bass
Johann Sebastian Bach
Ton Koopman / Amsterdam Baroque Orchestra & Choir

Solo Cantatas for Bass

1 CD | Jewelcase | Challenge Classics | 0608917228328 | CC 72283 | 01 February 2008


Recorded at the Waalse Kerk, Amsterdam 1995 (BWV 203) and 2001 (BWV 56, 82, 158)
The performance of Johann Sebastian Bach’s cantatas usually requires a choir of soprano, alto, tenor, and bass voices. Within these cantatas, however, all recitatives and arias are assigned to solo singers usually representing three or four different voices.

Few of Bach’s professional solo singers from Weimar and Leipzig are known, but it is clear that he always had a few particularly competent soloists at his disposal - in Leipzig through stipends provided by the city council. One of Bach’s principal bass soloists in the 1740s was his private pupil and later son in law, Johann Christoph Altnickol. He came to Leipzig from Breslau (Wroclaw), where he had been a paid choir singer at the Mary Magdalene Church. He moved to Leipzig in order to attend the university, taking along two fellow choristers and soloists, who also entered Bach’s ensemble.

The solo cantata “Ich habe genung” BWV 82 was composed for the Feast of the Purification of the Virgin Mary on 2 February 1727. The author of the text is anonymous.

The solo cantata “Ich will den Kreuzstab gerne tragen” BWV 56 was first performed on 27 October 1726, the 19th Sunday after Trinity.

The cantata “Der Friede sei mit dir” BWV 158 survives with designations for two liturgical occasions (Purification/Third Day of Easter) in a manuscript copied by a reliable scribe shortly after Bach‘s death. The origins of the work are therefore uncertain, but most likely it represents an expansion of a solo cantata originally written (like BWV 82) for the Marian Feast of Purification on 2 February.

"Amore traditore” BWV 203, in the typical format (aria-recitative-aria) of the Italian secular solo cantata, is based on an anonymous text that was also set by the Neapolitan composer Nicola Fago (1677-1745). The visit of the famous bass singer Riemschneider at the Cöthen court in 1718-19 suggests that the piece was most likely written at that time and for a prominent appearance of two superior virtuosos.

Solocantates van Bach uitgevoerd door Koopman en zijn toonaangevende ensemble
Slechts af en toe componeerde Bach een cantate voor een enkele solist. Of hij een beslissing in deze richting zou maken hing af van de aard van de tekst, de beschikbaarheid van solisten en de eventuele opdrachten van specifieke zangers.

De solocantate Ich habe genung BWV 82 werd gecomponeerd voor Maria-Lichtmis in 1727. Uit de originele partijen en de handgeschreven partituur blijkt dat het werk in 1731, 1735 en na 1745 nogmaals is uitgevoerd. Bach hield de cantate blijkbaar in hoog aanzien.

De solocantate Ich will den Kreuzstab gerne tragen BWV 56 werd voor het eerst uitgevoerd op 27 oktober 1726. De auteur van de tekst is onbekend, maar werd kennelijk geïnspireerd door de cantatetekst Ich will den Kreuzweg gerne gehen van Erdmann Neumeister.

Het gekopieerde manuscript voor Der Friede sei mit dir BWV 158 bevat aanduidingen voor twee liturgische gelegenheden: Maria-Lichtmis en de derde dag van Pasen. De oorsprong van het werk is daardoor onduidelijk. Het is in alle waarschijnlijkheid een uitbreiding van een solocantate die werd gecomponeerd voor Maria-Lichtmis.
Amore Traditore BWV 203 staat in de typische vorm van een Italiaanse wereldlijke solocantate (aria-recitatief-aria) en is gebaseerd op een anonieme tekst. Het bezoek van de beroemde bas Johann Gottfried Riemschneider aan het hof van Cöthen in 1718-1719 wijst erop dat het werk waarschijnlijk rond die tijd gecomponeerd werd.